Accessoire

Ik ken een meisje dat haar vriend als een soort accessoire gebruikt. Zij kleedt zich goed en hij kleedt zich goed en daarna gaan ze gearmd de straat op. Het zijn twee uitgesproken mensen. Nu ik er zo over nadenk is zij ook zijn accessoire. Ze lopen met elkaar te pronken op de boulevard en in het nachtleven. Zij zegt dingen als: ‘Hij is mijn muze. Alles wat ik maak gaat uiteindelijk over hem.’ Hij zegt: ‘Ze maakt het artistieke beest in me los.’

Toen ik wist dat ik drie weken in het verzorgingshuis ging wonen was ik bang dat ik de ouderen ook als een soort accessoires zou gebruiken. Ik zag mezelf al op de foto gaan met de oude mensen en de foto’s dan twitteren met onderschriften als: ‘Meneer van Dongen eet zijn harinkje graag rauw. #authentiek #zolief #deschat’. Ik dacht: daar ga ik dan. Wel de lusten, niet de lasten.

Maar mijn huisgenoten zijn ook een soort muzen gebleken. Eén muze wandelt dagelijks naar het pleintje bij de Albert Heijn. Onderweg strooit ze bij een boom brood voor de vogels. Het gaat allemaal heel langzaam. Slow cooking, slow writing, slow living. ‘Ik kom tijd tekort’, zegt de muze, ‘voor wat ik allemaal wil doen op een dag.’

Een andere muze draagt prachtige blouses. Ze klinkt graag verontwaardigd maar als je goed naar haar mondhoeken kijkt, als je de juiste snaar raakt, als je haar ervan weet te overtuigen ‘Mevrouw X ik vind u écht heel aardig. U. Ú!’ dan zie je dat ze stiekem geamuseerd is. Dat ze haar instemming zelden toont – heel soms toch, op gezette tijden – als het vogeltje in een koekoeksklok.

Eén muze is heel klein en een beetje knoestig, als een knotwilg. Ze praat met horten en stoten en loopt heel vlug. Ze arriveert en vertrekt weer en zegt tussendoor dat ze getrouwd was met een hele lange man. Als meisje hoopte ze dat ze niet voor een lange man zou vallen maar dat is tóch gebeurd. Zo werkt het lot (zij noemt het God. We zoeken de overeenkomsten. We zeggen op verzoenende toon dat er maar één letter verschil is.)

En dan zijn er nog al die mensen die muzen hadden kunnen worden (hadden kunnen worden) als de tijd het had toegelaten. De mevrouw die elk uur vertelt dat ze veertien jaar op de kinderen van haar dochter heeft gepast. Dat toen ze een hersenbloeding kreeg de dochter zei: ‘Nu is het mijn beurt.’ (De stem van de mevrouw breekt elke keer als ze dat zegt.) De man die tijdens het optreden van het smartlappenkoor op het blad van zijn rolstoel slaat, een hand naar me uitsteekt en roept: ‘Help me overeind. Ik wil met je dansen!’ De activiteitenbegeleidster met het dure, artistieke brilmontuur. De verzorgster die zo lief lacht. De jongen die de medicijnen uitdeelt. De man van de technische dienst die naar beneden de lift neemt, naar boven de trap. Het mooie meisje van de keuken dat haar auto parkeert aan de Muzenlaan bij een flat die de Muzenberg heet.

Advertenties

Laat een bericht achter

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s