Kapseizen

Gang 6
De gangen van dit grote cruiseschip deinen. Ze golven.
‘We kapseizen!’ roep ik. ‘We kapseizen!’
Omhoog gaan de gangen, omlaag. De karretjes van de schoonmakers rollen naar links, naar rechts, ze botsen tegen de muren en uit de emmers klotst het vuile water.
‘We kapseizen!’ roep ik. ‘We vergaan!’
‘Rustig maar, mevrouw van L’, zegt de jongen met het staartje. Hij houdt zich losjes vast aan de reling. Was het deze week dat hij Chinees ging eten omdat hij twee jaar verkering had?
De deuren klepperen, alle brandwerende deuren die grenzen aan deze gang. Open gaan ze, dicht. Open. Dicht. En je weet dat het goed mis is als je maag beneden zit, je knieën boven. Als je haren, je neus, je oren.

Op kamer 816 rookt meneer de Vries bedaard zijn sigaretten. Alsof het een dag is als alle andere. In zijn kamer staan de dingen nog recht. De boeken in de kast, de kopjes op tafel. Meneer de Vries, wil ik roepen, u moet vluchten, maar het is moeilijk roepen als je maag onder zit en je knieën boven.

Ik rol door de gang, via de muren met de steeds wisselende collectie schilderijen, langs de plinten, de inklapbare tafeltjes waar de dienbladen met eten kunnen staan. Ik tuimel mijn kamer in, en uit het toilet schuimt het zeewater. Het deksel kleppert, ontbloot boosaardig de witte tanden en grijnst. Een grijns van: hier begint de zee al. Hier begint het einde.

Advertenties

Laat een bericht achter

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s